In de file

Mag je tussen de file rijden?
Tussen de file rijden is motorrijders toegestaan, want op een snelweg geldt geen inhaalverbod en nergens in de wet staat dat je niet mag inhalen over de (onderbroken) middenstreep. Los daarvan is stilstaan in zeer warme dan wel koude omstandigheden niet goed voor mens óf machine, wat ooit de reden was dat motorrijders zich ook niet aan algemene inhaalverboden hoefden te houden.
De file voorbij rijden mag, maar is wel aan gedragsregels gebonden. Opgesteld door alle organisaties die er op motorverkeersveiligheid toe doen (ANWB, BOVAG, CBR, FEHAC, KLPD, KNMV, LOOT, MAG, MON, Politieacademie, RAI Vereniging, RDW, ROVG, SWOV en VVN), is deze filegedragscode voor motorrijders als volgt:

Spelregels motorrijder
Ook motorrijders moeten zich aan een aantal spelregels houden als ze een file auto's inhalen. In het algemeen moet er rekening mee worden gehouden dat motorrijders relatief slecht zichtbaar zijn voor automobilisten en dat automobilisten de snelheid van de motor slecht inschatten.

1. Gepaste snelheid
Rijd rustig tussen de file door. dat wil zeggen dat het snelheidsverschil tussen de motor en de auto die u passeert, niet meer mag zijn dan 10 km/u. Houd deze vuistregel aan bij iedere auto die u passeert. Hoge snelheidsverschillen zijn de belangrijkste bron van irritatie bij automobilisten en zorgen voor gevaarlijke schrikreacties.

2. Wees alert op onvoorzichtig gedrag
Twee belangrijke manoeuvres waarvan motorrijders hinder ondervinden, zijn:
* bij gaten in de file: automobilisten die opeens van rijstrook wisselen
* bij warm weer: openstaande portieren van auto's.

3. Meerdere motorrijders
Als met meerdere motoren wordt gereden, houd dan ook het hoofd koel en rij rustig achter elkaar tussen de file door. Houd onderling minstens een afstand van twee auto's aan. Kies voor dezelfde doorgang.

4. Naderen file
Bij het naderen van een file houdt u via de spiegels rekening met achterop komend verkeer dat niet tijdig snelheid vermindert. Verminder zelf geleidelijk aan de snelheid en waarschuw achterop komend verkeer met alarmlichten (of remlicht). Om verwarring bij automobilisten te voorkomen gebruikt u geen richtingaanwijzers of alarmlichten als u tussen de file doorrijdt. Bij snelwegen met meer dan twee rijstroken, kiest u positie tussen de twee meest linkse rijstroken.

5. Stoppen in de file
Als u als laatste in de file staat, gebruik dan alarmlichten of remlicht om duidelijk aan te geven dat u met uw motor achter de file staat. Soms merken automobilisten wel de file op, maar niet de motor achter de file. Houd voldoende afstand van de voorganger en probeer zo mogelijk in te voegen tussen de wachtende auto's. Daar is het veiliger.

6. Einde file
Zodra de file weer op gang komt, voeg dan in op de rijstrook tussen de auto's. Gebruik hierbij tijdig – dus vóór het invoegen – de richtingaanwijzer.

Waar mag een motorrijder niet rijden?
Bij het inhalen moet u er wel rekening mee houden dat u geen gebruik maakt van:
* vluchtstrook: de strook uiterst rechts van de rijbaan, bedoeld voor hulpverlening.
* redresseerstrook: de asfaltstrook tussen de linkerrijstrook en de linkervangrail; hier ligt veel vuil.
* doelgroepstrook: weggedeelten bedoeld voor bussen, vrachtverkeer of trams.
* verdrijvingsvlak: vlak met schuine strepen (bij overgang naar minder rijstroken).
* puntstuk: witte wegmarkering (ook wel ‘taartpunt’ genoemd).

 

Aangepast zoeken
FacebookTwitter

Disclaimer - Privacy Policy